Fera's Homepage
Feertje:
[Index-pagina][Gastenboek][Links]



De avonturen van Feertje,
een klein meisje met sproetjes en blonde krullen die met haar ouders in een dorp in Nederland woont en heel leuke buren heeft. Maak kennis met Feertje en volg haar avonturen hier en op mijn hyvespagina.
Auteur: Fera van de Mortel©

 

Feertje op de slee. (1)
"Joepie, het heeft gesneeuwd", roept Feertje blij. "Ik wil gaan sleetje rijden."
"Maar lieve kind", zegt mama, "er ligt toch nog lang niet genoeg. Kijk, je ziet het gras nog boven de sneeuw uitsteken."
"Als het zo door blijft sneeuwen, kunnen we straks gaan sleetje rijden", zegt mama.
Een beetje beteuterd kijk Feertje door het raam naar buiten. Maar al snel verschijnt er een brede glimlach op het kleine snoetje vol sproetjes. Buiten dwarrelen dikke vlokken langzaam naar beneden. De stoep, het gras en de bomen in de tuin worden steeds witter. Op de rand van de schutting, die op de grens van hun tuin en die van de buren staat, ligt ook al een laagje sneeuw. Vogels zoeken een beschut plekje onder de heesters en coniferen. Een roodborstje landt op het voederhuisje, gelokt door het zakje pinda's dat mama speciaal voor de wintervogels heeft opgehangen. Het vogeltje hupt snel onder het dakje en pikt een pinda uit het zakje. Feertje vindt het altijd leuk om naar de vele vogeltjes te kijken. Ze weet dat ze nu heel stil moet blijven staan en even niet moet praten, anders vliegen de vogels snel weer weg. Feertje kan het nu niet zo goed zien, door de dikke sneeuwvlokken heen. Ze staat met haar neus tegen de ruit en haar adem maakt een vlek van kleine waterdruppeltjes op de ruit. Ze veegt met de mouw van haar pyjama de ruit weer droog. Oei, het roodborstje vertrouwt het niet en vliegt naar een hogere plek in de tuin.
"Feertje, kom eerst even een boterhammetje eten", zegt mama, "daarna trekken we lekker warme kleren aan en gaan we naar de winkel boodschappen doen. Misschien ligt er dan wel genoeg sneeuw om de slee te pakken."
Feertje eet snel haar boterham op, drinkt haar thee en vliegt de trap op naar haar kamer. Mama heeft al kleren klaar gelegd op de stoel naast haar bed. Ze gooit haar pyjama op het bed en schiet snel een hemd, trui en broek aan. Beneden in de bijkeuken pakt ze de winterlaarsjes, die ze met Kerst bij opa en oma heeft gekregen en gritst haar jas van de kapstok.
"Kom mama, ik ben klaar."
"Doe ook maar je muts op en je handschoenen aan", zegt mama, "anders vat je nog kou. Ik pak even mijn spullen, dan gaan we."
Feertje staat al ongeduldig bij de deur van het schuurtje te wachten, want daar moet mama de slee pakken. Er ligt inmiddels een pak sneeuw van een paar centimeter, voldoende om de slee te kunnen trekken. Ook is van het gras niets meer te zien. De hele wereld lijkt wel wit. Het sneeuwt niet meer zo hard en de buurman is al bezig met een sneeuwschep de sneeuw op zijn pad weg te scheppen.
"Goeie morgen, buurman Jaap!" roept Feertje. "Niet alle sneeuw weg vegen alsjeblieft, anders kan de slee niet meer glijden."
"Ik veeg alleen ons pad tot aan de straat, dan kan de buurvrouw veilig naar de auto lopen, goed?" vraagt buurman Jaap.
"Ik ga met mama boodschappen doen met de slee", zegt Feertje, "zullen wij ook voor jullie boodschappen meenemen?"
"Dat is heel lief, Feertje, maar wij moeten ook nog ergens anders naar toe, dus gaan we zelf met de auto. Kijk, daar komt je mama al aan."
Mama maakt het schuurtje open met een sleutel en moet even zoeken naar de slee. Die is al zo lang niet meer gebruikt. Deze winter is het de eerste keer dat er sneeuw is gevallen en in de winter van het vorige jaar is er helemaal geen sneeuw gevallen.
Boven op een stellingkast, onder een oud laken, vindt mama de slee. Het is een degelijke houten slee met een ruggesteuntje erop zodat Feertje er niet af zou kunnen vallen, maar daar vindt Feertje zich nu toch wel te groot voor. Die steun moet er echt af. Mama moet hier even over nadenken maar dan pakt ze toch een schroevendraaier uit een kastje, om het steuntje los te maken.
Even later glijdt Feertje op de slee naar de winkel. Mama krijgt het warm van het trekken. Haar wangen gloeien ervan.
Ze hoeven niet zoveel boodschappen te doen. Gelukkig, want buiten is het nu veel leuker. Er zijn een heleboel kinderen buiten aan het spelen. Het is zaterdag dus de scholen zijn dicht.
Daar komen buurman Jaap en buurvrouw Jopie ook net aangereden. De kinderen van buurman en buurvrouw zijn al groot en wonen allemaal ver weg. Daarom vinden buurman en buurvrouw het heel gezellig dan Feertje naast hen woont. Feertje gaat heel vaak even bij de buren thee drinken en in de zomer krijgt ze vaak een ijsje van buurvrouw Jopie.
Mama maakt een praatje met buurman en buurvrouw.
"Mama, ik moet heel nodig plassen," zegt Feertje.
"Dan glijden we maar snel naar huis toe," zegt mama, "straks gaan we nog wel een keer sleetje rijden."
"Dag buurman Jaap, dag buurvrouw Jopie". 
 

Feertje de Bouwer. (2)
Het regent al de hele dag en Feertje zit een beetje verveeld voor zich uit te kijken. Papa is naar zijn werk, mama is aan het stofzuigen en de TV mag niet aan van mama.
"Ga maar met je poppen spelen", zei mama net voordat ze ging stofzuigen. Maar Feertje heeft helemaal geen zin in spelen met haar poppen. De sneeuwpop, die vorige week nog stond te pronken in de tuin, is nu een vieze zwarte vlek op het gras geworden. De slee staat nog rechtop tegen de muur van het schuurtje. Die moet nog steeds opgeruimd worden, maar het regent al dagen dus niemand gaat naar buiten als het niet hoeft.
Feertje ziet een mevrouw met moeite een paraplu boven haar hoofd houden. Met haar andere hand houdt de vrouw de riem vast van haar hond. Die kijkt ook al niet blij. Tja, het is echt hondenweer. Geen hond wil nu naar buiten.
Dan rijdt er ineens een grote vrachtauto voorbij met grote blokken van beton op de wagen. Met de grote wielen rijdt de vrachtauto precies door een plas op de weg. Er spat zoveel water omhoog dat de vrouw en haar hond een hele golf over zich heen krijgen. Feertje ziet de vrouw heel boos worden. Ze maakt een schopbeweging naar de vrachtauto, die al uit het zicht is verdwenen. Stiekem moet Feertje hier wel om lachten en in één keer weet ze wat ze wil gaan doen. Wat lag daar op die vrachtauto?
Feertje trekt een grote plastic bak vol met blokken uit de hoek van de kamer naar het midden van de vloer en gaat meteen aan de slag. Ze zoekt alle witte blokjes bij elkaar voor de muren, de raampjes en deuren heeft ze zo gevonden. Het moet een groot huis worden, met een garage. Ze begint met het eerste rijtje stenen. Dat is moeilijk want die steentjes liggen nog allemaal los, dat moet heel precies gebeuren. Met de tong uit haar mond legt ze de blokjes tegen elkaar tot ze helemaal rond is. Voor de deuren en de garage heeft ze een stukje open gelaten. Nu is het tweede rijtje aan de beurt en zo komen de blokje vast te liggen. Feertje is heel goed in bouwen met deze blokjes. Dat zegt iedereen die wel eens op visite komt en eerdere bouwsels van Feertje bewondert.
Mama is al komen kijken wat Feertje aan het doen is, maar Feertje is zo druk aan het bouwen dat ze mama helemaal niet heeft gehoord.
Het huis is al bijna groot genoeg om het dak te gaan bouwen. Feertje heeft al een berg dakpannen apart gelegd. Eerst moeten de muren nog tot een punt gebouwd worden.
Maar dan is het huis eindelijk klaar. Het dak was wel moeilijk. Dat was niet in een keer gelukt, maar Feertje is een volhouder en na de tweede poging is het haar wel gelukt het dak te bouwen zonder het in te laten storten.
Nu kan ze aan de tuin beginnen. Want een huis is niet af als er geen tuin is. Ook daarvoor zijn er speciale steentjes, struikjes en bloemen die je op de vloerplaat kunt vastdrukken.
Een half uurtje later is ze helemaal klaar.
Mama heeft thee gezet en komt met een dienblad vol de kamer binnenlopen.
"Zo, kleine Bob de Bouwer, is het nog geen tijd voor een pauze?" zegt mama.
"Vind je het mooi, mama?" vraagt Feertje hoopvol.
"Prachtig", zegt mama, "ik zou er heel graag willen wonen."
"Dat kan toch niet, jij bent veel te groot." zegt Feertje.
"Nu wel", zegt mama, "maar als dat huis een echt groot huis zou zijn, zou ik er best willen wonen, samen met jou en papa."
Tevreden drinkt Feertje haar thee, samen met mama. Uit de koektrommel zoekt ze de grootste koek. Ontdeugend kijkt ze naar mama, maar die lacht alleen maar naar Feertje.
Buiten regent het nog steeds, maar nu heeft Feertje iets moois gemaakt en daar gaat ze straks mee spelen. Samen met mama is het best gezellig in huis.

 

Feertje is verkouden. (3)
Het is midden in de nacht en Feertje kan niet slapen. Haar keel doet pijn. Haar neus zit verstopt en ze moet steeds hoesten. Vooral dat hoesten doet pijn. Feertje is heel verdrietig.
Mama is net bij haar geweest. Mama heeft iets op haar borst gesmeerd en op haar rug. Dat voelt nu lekker warm en volgens mama ruikt het ook heel lekker. Feertje ruikt er niets van. Haar neus is helemaal verstopt en dan kun je niets meer ruiken. Ze moet nu door haar mondje adem halen.
Hatsjie, hatsjoe. Feertje moet niesen. Een grote bel kom uit haar neus. O, o, verkouden zijn is niet leuk. Mama zal morgen iets halen bij de dokter. Iets waarmee de neus weer open gaat, zegt mama. Dan kun je beter adem halen. Maar nu moet Feertje het nog even zonder middeltje doen.

Het is nog steeds donker. De tijd wil maar niet vooruit. Feertje hoest en proest en niest en snottert en voelt zich helemaal niet lekker. Ze ligt stil te huilen in bed. Feertje wil mama niet weer wakker maken. Mama kan hier ook niets aan doen. Maar Feertje is zo alleen en als je ziek bent is dat niet leuk. Feertje stapt uit bed en loopt naar de slaapkamer van papa en mama. Net als ze heel stilletjes mama wakker wil maken moet ze weer hoesten. Mama schrikt wakker, papa ook.

"Kom maar bij mama in bed liggen", zegt papa. "Ik ga wel in een ander bed verder slapen."
Mama schuift een stukje op en maakt ruimte voor Feertje. "Kom maar schatje." "Kom maar lekker bij mama liggen."
Feertje valt al gauw in een onrustige slaap. Mama ligt nu wakker te wachten tot het ochtend is.

De wekker van papa maakt iedereen wakker. Zelfs mama is in slaap gevallen. Papa moet naar zijn werk. Hij pakt zijn kleren van de stoel en loopt naar de badkamer. "Probeer nog maar wat te slapen", zegt papa. "Ik zal heel stil doen."  Maar Feertje hoest opnieuw enorm. "Mijn keeltje doet pij-hij-hijn", huilt Feertje. Het hoesten wil maar niet stoppen.

"Kom maar schatje, wij gaan ook opstaan. Dan zal ik zo meteen eerst de dokter bellen."

Papa is al weg en mama heeft net met de dokter gebeld. Om 9 uur zullen ze naar de dokter gaan. Dan kan hij even goed in het keeltje van Feertje kijken. Mama kijkt nog een keer met een 'metertje' in een oor van Feertje. Als het piept kan mama zien of Feertje koorts heeft. "Iets verhoging", zegt mama. "Je zit net onder de 38 graden dus je hebt niet echt koorts." "Wil je iets eten?" vraagt mama.
"Zal ik een boterhammetje met honing voor je maken, dat is wel lekker als je verkouden bent."

Feertje eet haar boterham op maar ze proeft er niets van. Ook van de thee proeft ze niets, maar de warmte is wel lekker. Ze voelt de warme thee door haar keel glijden.

Een uurtje later zit Feertje bij mama achter op de fiets. Ze zijn onderweg naar de dokter. Feertje heeft haar warme winterjas aan, een das om en een muts op. Haar handjes zitten verstopt in wanten die dezelfde kleur hebben als de das en de muts. Van de kou is haar neus gaan lopen. Nee, niet echt natuurlijk maar dat zeggen grote mensen als er snot uit je neus loopt.  Feertje probeert het tegen te houden door haar neus steeds op te halen. Het lukt niet helemaal. Mama probeert met één hand de neus van Feertje schoon te poetsen met een zakdoek. Ook dat lukt niet helemaal.

Gelukkig zijn ze er bijna. Er staan geen fietsen voor de ingang bij de dokter. Misschien hoeven ze niet lang te wachten. Binnen zegt mama goede morgen tegen het meisje achter het open raampje. Een stukje verder de gang door, komen ze bij de wachtkamer. Daar zit één oude man te wachten. "Goede morgen", zegt mama tegen de man. "Goede morgen," zegt de man terug. Dan kijkt de man weer naar de krant die voor hem op de tafel ligt.  "Wil je een puzzeltje maken, Feertje?" vraagt mama. Feertje heeft niet zo'n zin. Ze kruipt naast mama op de bank en gaat met haar hoofd tegen mama aan liggen.

"Meneer Bakker?" klinkt het door de deuropening.  De oude man staat op en laat de krant open op tafel liggen. "Goede morgen dokter," zegt meneer Bakker.

Ze zijn nu de enige mensen in de wachtkamer. Mama heeft een tijdschrift van de tafel naast de bank gepakt en kijkt erin zonder iets te lezen. Ze bladert zonder te kijken wat er staat. Zo lijkt het, want zo snel kan niemand lezen. Feertje kijkt mee naar de plaatjes. Bijna alleen maar mevrouwen staan erin. Dan horen ze dat meneer Bakker al klaar is bij de dokter. Hij maakt een nieuwe afspraak bij het meisje achter het raam. De dokter komt naar de wachtkamer en zegt: "Feertje, jij bent aan de beurt."

Feertje loopt met mama mee achter de dokter aan naar de spreekkamer. Dokter Hans gaat achter een groot bureau zitten en geeft mama en Feertje een hand. "Wat is er aan de hand Feertje? vraagt dokter Hans. "Mijn keeltje doet pijn en mijn neus zit verstopt."
"Heb je ook koorts?"
"Nee, alleen wat verhoging," zegt mama. "Ik denk dat het alleen een stevige verkoudheid is," zegt mama, "maar ik zou graag iets willen tegen die hoest en tegen de verstopte neus."
"Mag ik even in jouw keeltje kijken?" vraagt dokter Hans.
Feertje doet haar mond wijd open en de dokter legt een houten stokje op haar tong. Zo kan hij achter in de keel van Feertje kijken. "De keel is helemaal rood van het hoesten" zegt dokter Hans. "Ik zal ook even in je oortjes kijken. Die zijn gelukkig in orde."
"Ik zal een neusspray voorschrijven en een siroop voor je rode keeltje. Wat tabletjes voor het slapen gaan, dan hoef je 's nachts niet zo te hoesten. Als het over een paar dagen niet beter gaat wil ik je graag terug zien Feertje."
"Dank u wel, dokter" zegt mama. "Ga je mee Feertje?"
"Dag dokter."
"Dag Feertje, dag mevrouw," zegt de dokter.

Mama heeft een briefje van de dokter gekregen. Daarmee kunnen ze bij de apotheek de neusspray en de tabletjes op gaan halen. Het is er veel drukker dan bij de dokter. Er staan wel zes mensen te wachten. Eindelijk zijn Feertje en mama aan de beurt en mama geeft het briefje van de dokter aan de vrouw achter de balie. Mama moet nog even de geboortedatum van Feertje doorgeven aan de mevrouw en dan krijgen ze een tasje met de medicijnen. Mama stopt ze in haar tas en groet de vrouw achter de balie. "Zo, nu kunnen we naar huis. We zijn klaar," zegt mama.

Hoestend loopt Feertje achter mama aan naar buiten. Het is licht gaan sneeuwen. Er ligt een heel dun laagje op het zadel en het zitje van mama's fiets. "Ik zal maar heel voorzichtig fietsen," zegt mama.

Mama en Feertje houden erg van sneeuw maar nu is mama blij dat ze weer veilig thuis zijn.

De neusspray werkt gelukkig heel goed. Feertje kan nu wat makkelijker adem halen. Ze moet wel nog de hele dag door hoesten, maar mama heeft Feertje een lepeltje siroop gegeven. Nu doet het niet meer zoveel pijn. Feertje mag lekker op de bank liggen van mama en voor deze keer mag de TV de hele tijd aan blijven.

Ach, verkouden zijn is dus niet alleen maar vervelend. "Als ik nu ook maar beter kan slapen," zegt Feertje.  "Met de tabletjes van de dokter, moet dat zeker lukken Feertje, zegt mama.

Als papa thuis komt heeft hij een knuffeltje voor Feertje meegenomen. "Kijk eens prinsesje, als je nu niet snel beter wordt dan geef ik dit beertje de schuld."
"Het is een hondje, papa, beertjes hebben toch geen flapoortjes?" giechelt Feertje.
"Aha, het gaat al beter met je. Het was een testje prinsesje," lacht papa.

"Hé, zo wil Feertje wel elke week verkouden zijn," zegt mama.
"Nou, liever niet," zegt Feertje. Meer kan ze niet zeggen want een nieuwe hoestbui maakt praten onmogelijk.

Na een paar dagen gaat het al stukken beter met Feertje. Het heeft ook weer gesneeuwd. Van mama mag Feertje na het eten buiten in de tuin gaan spelen. "Ik zal je helpen, dan maken we een heel grote sneeuwpop die lijkt op papa." "Jaaaaaa," roept Feertje.

 

Wilt U niets van deze website ongevraagd overnemen voor publicatiedoeleinden.
© 2010 Fera van de Mortel.


[Index-pagina][Gastenboek][Links]

web counter code
frontpage hit counter