Mijn lieve
Internetvriendin Hil ten Have uit Groningen is vlak voor Kerst 2008 overgegaan,
Wilt U niets van deze
website ongevraagd overnemen voor publicatiedoeleinden.
maar liet
enkele maanden daarvoor dit mooie verhaal achter op haar hyvespagina.
Wat een
uniek prachtmens was Hil.
![]()
Van waterinsectje tot libelle
Diep onder het oppervlak van de rustige vijver aan het Van Brakelplein in
Groningen leeft een grote groep waterinsectjes. Het is een blije, vrolijke groep
en ze vinden het helemaal niet erg dat ze een flink eind van de zon af wonen.
Hun hele leventje zijn ze druk in de weer op de bodem van de vijver, ze zijn
vliegensvlug en krioelen door elkaar heen in de zachte modder. Alles is goed.
Wat de beestjes wel bemerken is dat er heel af en toe iemand van de groep in een
leliestengel kruipt en dan, zonder echt op of om te kijken, helemaal naar boven
loopt, door het oppervlak van het rustig wachtende water heen. Het lijkt ook
wel, alsof zij die dat doen, hun interesse vanaf dat klimmoment, in andere
vriendjes en vriendinnetjes of familie een beetje verliezen. Al klimmend op de
leliestengel zien ze soms insectjes verdwijnen. Kijk! Roepen ze dan naar elkaar.
Kijk, daar gaat weer iemand weg! Waar gaan ze nou toch naar toe!? En ja hoor,
heel langzaam maar doelbewust klimt er dan opnieuw een waterinsectje op de
stengel, tot alleen haar rug nog zichtbaar is. Daarna is zij helemaal weg. De
vriendjes wachten en wachten nog, maar helaas, ook zij komt niet meer terug.
Wat raar toch! Zeiden de beestjes tegen elkaar. Was zij hier niet gelukkig in
onze mooie vijver? Waar denk je dat zij heen ging? Vroegen ze door elkaar.
Niemand had een antwoord. Het was eigenlijk wel heel eng, zo'n leliestengel
waarlangs niemand ooit terug keerde. Stilletjes stonden de mannetjes en
vrouwtjes bijelkaar.
Toen zei een insectje in de groep: Weet je wat, luister allemaal! De volgende
persoon die in de leliestengel gaat klimmen, moet beloven dat hij of zij terug
zal keren om ons te vertellen waar hij of zij terecht kwam en hoe het daar was.
Dat was nog eens een goed idee. We beloven het, zei iedereen plechtig…
Op een mooie lentedag, niet heel lang daarna, merkte iedereen verschrikt op dat
juist dát insectje dat bedacht had om terug te komen en over het avontuur te
vertellen, in de leliestengel was geklommen! Hoog, hoger en nóg hoger klom zij
en voordat men naar haar kon roepen was zij al door het oppervlak van het water
gebroken. Zo belandde zij op het grote groene blad van de lelie en na die
uitputtende klimpartij viel ze vrijwel onmiddellijk in slaap.
Toen zij wakker werd keek ze met verbazing om zich heen. Zij kon haar oogjes
niet geloven. Een onverklaarbare verandering had zich voorgedaan en zij bekeek
zichzelf eens goed. Ze had 4 prachtige zilveren vleugels gekregen en een lang
sierlijk lijf met staart. Zij probeerde te staan en na even gewiebeld te hebben,
lukte dat al vlot. De warmte van de zon droogde haar nieuwe prachtige lijfje en
ze scheerde over het water, want vliegen dat kon ze opeens als de beste! Ze
stopte op leliebladeren en hing stil bij een geurige tak boven het water. Ze
dook laag en weer omhoog, in vreemde sierlijke bochten als een circusacrobaat.
Ze was een LIBELLE geworden en ze voelde zich blij en uitgelaten. Zoveel
vrijheid had ze nog nooit gekend.
De nieuwe libelle moest eerst even een tijdje aan zichzelf wennen en toen opeens
herinnerde zij zich de belofte aan haar vriendjes en vriendinnetjes, diep in de
modderige bodem van de vijver. Ze lande op de vijver en tuurde naar de diepte.
Hé, kijk eens, ze was vlak boven haar vijvergenootjes. Ze kon ze zien, ze waren
druk in de weer zoals altijd. Zoals zij zelf ook altijd druk was geweest.
Ze herinnerde zich de belofte om terug te keren en te vertellen waar ze terecht
gekomen was. Dus dook ze de vijver in om haar verhaal te gaan vertellen….
Maar toen ze het water raakte kon ze opeens niet verder. Het oppervlak van het
water hield haar tegen om naar beneden te gaan. Nu ze niet langer een
waterinsectje was kon ze niet langer in het water leven.
Ik kan niet terug, hoe graag ik ook wil, besefte ze. Ik wil mijn belofte houden,
maar het is onmogelijk om terug te keren. En… zelfs al kon ik wel terugkeren,
dan zouden ze hieronder in de vijver niet geloven dat ík het was, nu ik zo
veranderd ben, nu ik vleugels heb bijv.. Het enige dat ik kan doen is wachten
tot de andere waterinsectjes ook libelles worden, zoals ik. Dan pas zullen ze
begrijpen wat er met mij is gebeurd en waar ik ben gebleven.
Haar leven in de vijver met de anderen zou nooit meer terug komen, hoe lang ze
hier ook zou wachten, bedacht ze verdrietig. Ze zag alle beestjes druk in de
weer en door elkaar krioelen. Ze hadden elkaar gelukkig nog en ze waren samen in
een vertrouwde omgeving. Zij daarentegen had haar zilveren vleugels om met de
wind mee te gaan en nog meer nieuwe dingen te ontdekken.
Ze zouden haar missen, en ze zouden ook niet kunnen weten dat ze hen af en toe
van boven bekeek. Maar hun tijd om te vliegen zou nog komen, daar was ze zeker
van. Het was haar tijd geweest om afscheid te nemen van het leven in de groep
die ze kende. En het was de tijd voor de groep om verdrietig te zijn over haar
vertrek.
Op een dag zouden ze begrijpen dat haar reis gewoon eerder gestart was dan de
hunne. Niet meer en niet minder. Haar tijd om als een libelle te vliegen was nu
aangebroken.
En zo was het het insectje dat voor haar ging vergaan en zo zou het alle
insectjes na haar vergaan.
~
© 2010 Fera van de Mortel.